Flag

Testimonial: Anderis Software Testing

Testimonial_Great Place to Work-2

In gesprek met Sebastiaan Lichtenberg, Consultant bij Anderis Software Testing

1. Wat was de aanleiding om mee te doen met Great Place to Work®?

“Vorig jaar had ik op een vrijdagmiddag een gesprek met Perry en Maartje (algemeen directeuren bij Anderis) over de organisatie en onze medewerkers. We zijn een kleine organisatie en we zien en spreken elkaar regelmatig. Volgens ons ging alles nog steeds goed en was iedereen min of meer tevreden, ondanks corona. Maar een gevoel is natuurlijk niet helemaal betrouwbaar. 

Daarom besloten we dat we dit wilden laten onderzoeken door een onafhankelijke organisatie met verstand van zaken. Ook de anonimiteit van zo’n onderzoek was voor ons belangrijk. Dat maakt het geven van echt eerlijke feedback een stuk makkelijker. 

De naam ‘Great Place to Work’ kende ik van horen zeggen. Nog dezelfde middag heb ik contact met jullie opgenomen en zo is het balletje gaan rollen.” 

Hoe geven jullie opvolging aan de uitkomsten van het onderzoek?

“Nadat Eva, onze Customer Success Manager, de uitkomsten van het onderzoek had toegelicht, hebben we drie concrete verbeterpunten bepaald. Daarna hebben we de uitkomsten en de verbeterpunten gedeeld met alle medewerkers en gevraagd: kunnen jullie je vinden in deze verbeterpunten?

Eén verbeterpunt had te maken met communicatie. Uit het onderzoek bleek dat medewerkers soms een gebrek aan communicatie ervaren, vooral over interne zaken. Dat was geen grote verrassing. Vanwege corona, maar ook omdat we een club van consultants zijn, zien we elkaar namelijk minder vaak. 

We wilden dit niet oplossen met een nieuwsbrief, die toch vaak ongelezen in de prullenbak belandt. Daarom maken we nu een korte, wekelijkse vlog die we elke vrijdag delen via WhatsApp. In de vlog delen we wat er de afgelopen week is gebeurd in de organisatie. Zo blijven we op de hoogte en met elkaar verbonden. Het hoeft allemaal niet perfect te zijn, en dat heeft juist z’n charme.”

Welke veranderingen zijn er gerealiseerd naar aanleiding van de resultaten?

“Uit het onderzoek bleek dat we het op veel vlakken al heel goed doen. De valkuil is dan om te denken dat je niets meer hoeft te doen, want het gaat goed. Maar er is altijd ruimte voor verbetering, ook al gaat het maar om de puntjes op de i. Ook hebben we goed gekeken naar wat er goed gaat, en waarom dat zo is. 

Een indirecte verandering naar aanleiding van het traject, is dat we op papier hebben gezet wie Anderis is. Waar staan we voor en wat zijn onze kernwaarden? Dat weten we allemaal wel, maar we hebben dit nooit opgeschreven. Het Great Place to Work-traject heeft ons getriggerd om hiermee aan de slag te gaan.”

Hoe hebben jullie het traject ervaren?

“Kort gezegd: heel goed. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik het traject heb ervaren als een geoliede machine, maar dan wel persoonlijk. Ik kan me voorstellen dat je bij dit soort trajecten ook het gevoel kan hebben dat het onderzoek er doorheen wordt gejaagd, maar dat was zeker niet het geval. Ook het contact tussendoor, om te peilen hoe het ging en of er nog ergens hulp bij nodig was, vond ik erg fijn. 

Na afloop heb ik met Jan gesproken over het traject en de samenwerking. Hij vroeg naar verbeterpunten, maar ik kon oprecht niets bedenken. Nu het onderzoek er weer aan zit te komen, heb ik er echt weer zin in om aan de slag te gaan. Gewoon omdat werken met Great Place to Work leuk en gezellig is.”

Wat heeft meedoen opgeleverd?

“Ten eerste een bevestiging van ons gevoel dat het goed gaat met de organisatie en dat onze medewerkers tevreden zijn. Dat is heel fijn en daar zijn we ontzettend trots op. Ten tweede een stukje professionalisering van onze organisatie. Nu is het voor ons en onze klanten glashelder wie we zijn en waar we voor staan. 

Niet alleen intern, maar ook extern heeft meedoen aan ons veel opgeleverd. Met het certificaat laten we zien dat we het belangrijk vinden om een goede werkgever te zijn. We gebruiken het bijvoorbeeld in onze zakelijke communicatie, hoewel met gepaste bescheidenheid. We halen het dus niet in elke uiting aan, maar als het gepast is, dan doen we dat zeker. Het Great Place to Work-certificaat en de scores op de onderliggende thema’s hebben we ook verwerkt in onze bedrijfspresentatie. Deze presentatie laten we zien aan klanten en nieuwe medewerkers.”

Een belangrijk speerpunt binnen Anderis is ‘dienend leiderschap’. Wat is dat precies? En hoe ziet dat eruit in de praktijk?

“Ons voordeel is dat we niet afhankelijk zijn van bijvoorbeeld investeerders of banken. Dat betekent eigenlijk dat we kunnen doen wat we willen. En dat geeft weer veel vrijheid in wat we onze medewerkers kunnen aanbieden. En omdat we een kleine club zijn en dat ook willen blijven, hebben we geen managementlaag nodig. 

Dienend leiderschap betekent dat iedereen zijn of haar eigen leider is. We geven onze medewerkers het vertrouwen en de vrijheid om keuzes te maken die goed zijn voor zichzelf en de organisatie, en Anderis faciliteert dat. Wij bepalen dus niet wat iemand moet doen. 

Natuurlijk gaat dit gepaard met verantwoordelijkheid en natuurlijk zijn er grenzen, maar binnen Anderis is echt veel mogelijk. En natuurlijk gaat er wel eens iets mis, maar dat weegt niet op tegen de voordelen van het bieden van zoveel vrijheid.”

Een ander speerpunt is de medewerker op nummer één. Wat betekent dat in de praktijk?

“De medewerker op nummer één zetten betekent dat er binnen Anderis veel mogelijk is, op zakelijk en persoonlijk vlak. Dit hangt sterk samen met dienend leiderschap en de vrijheid die we onze medewerkers bieden. 

Denk aan de mogelijkheid om een opleiding te volgen, maar ook aan een goede thuiswerkplek. Daar stellen we geen budgetten voor, want dat moet gewoon goed geregeld zijn. Een ander voorbeeld: er was een collega wiens gezondheid tijdens de coronacrisis achteruit ging. We zijn in gesprek gegaan en uit dat gesprek bleek dat deze collega behoefte had aan een persoonlijke coach om zijn gezondheid weer op de rit te krijgen. Dat hebben we toen gewoon geregeld.  

De medewerker op één betekent voor ons ook ‘leaders eat last’. Gaat het niet goed met de organisatie, dan gaat het belang van de medewerkers altijd voor.”